Meesters in de kunst van het overleven: Hoe wilde dieren de winter in de sneeuw doorstaan

------

Als de temperatuur buiten onder het vriespunt daalt, trekken wij ons terug in onze warme, behagelijke huizen. De wilde dieren in de bergen hebben die mogelijkheid natuurlijk niet en moeten de winter soms bij temperaturen van ver onder nul doorstaan. De jonge Tiroolse dierenfotograaf Fabio Hain heeft voor ons fotografisch vijf wilde dieren vastgelegd, die speciale overlevingstechnieken voor de winter ontwikkeld hebben.

Michael

De geboren Villacher is sinds mei 2012 mede verantwoordelijk voor... Over de auteur

Van het goed gecamoufleerde sneeuwhoen tot het roerloze edelhert, van de wandelende gemzen tot de wachtende muizenbuizerd en de slapende alpenmarmot: indrukwekkende foto’s van vijf wilde dieren, die de winter in Tirol op geheel verschillende manieren overleven.

Camouflagekunstenaar: het alpensneeuwhoen

Alpensneeuwhoen (Lagopus muta) Hafelekar bijInnsbruck (Foto: Fabio Hain)

Zien jullie het alpensneeuwhoen op deze foto? Dankzij zijn witte gevederte versmelt hij zo goed als helemaal met de sneeuw op de Hafelekar boven Innsbruck.

Deze foto van een alpensneeuwhoen heeft Fabio Hahn op het Hafelekar op de Innsbrucker Nordkette gemaakt. Het sneeuwhoen is overigens een overblijfsel uit de laatste ijstijd en leeft over het algemeen op keivlaktes en almweides boven de boomgrens. Het wordt maximaal zo’n 40 centimeter groot, weegt ongeveer een pond en de spanwijdte van zijn vleugels bedraagt ruim een halve meter. Vier keer per jaar ruit deze vogel en past zijn gevederte zodoende perfect aan de omgeving aan. Zomer draagt hij een bruine, ’s winters daarentegen een witte verenpracht. Om door de winter te komen eet het alpensneeuwhoen het liefst eindscheuten en knoppen van de kraaiheide en de gemzenheide. Zomers is er wat meer keus: wilgen, berken, rijsbessen en vossenbessen.

Spaart roerloos energie: het edelhert

Edelhert (Cervus elaphus) in de diepe sneeuw, Stubaital (Foto: Fabio Hain)

Stil gestaan: De stofwisseling van dit edelhert in het Stubaital gaat tijdens de wintermaanden op spaarvlam.

Voedsel vinden de edelherten ’s winters hoofdzakelijk bij de wildvoederplaatsen die door jagers beheerd worden. Ze vreten uitsluitend ’s nachts, daarna blijven ze roerloos op dezelfde plek staan om energie te sparen. Ze eten ’s winters ook maar half zoveel als in het najaar en hun hartfrequentie daalt indien nodig naar 30 tot 40 slagen per minuut. Voor ons wintersporters betekent dit, dat we ze tijdens hun rustfase niet mogen storen.

Jager op straat: de muizenbuizerd

Roofvogels zoals deze muizenbuizerd in het Stubaital zijn ‘s winters vaak in de buurt van snelwegen en doorgaande wegen te vinden.

Roofvogels zoals deze muizenbuizerd in het Stubaital zijn ’s winters vaak in de buurt van snelwegen en doorgaande wegen te vinden.

De een zijn dood is de ander zijn brood: Muizen en andere kleine dieren die door auto’s overreden zijn, zijn voor de muizenbuizerd ’s winters een betrekkelijk comfortabele voedingsbron. Onder een laag sneeuw van 50 centimeter zouden muizen ook moeilijk te vinden zijn. Vanaf medio februari voert de muizenbuizerd een baltsritueel op en verdedigt zijn territorium tegen soortgenoten, net als veel andere soorten roofvogels.

Vroege vogel: de gems

Gems (Rupicapra rupicapra) bij Mieming in de sneeuw

Op weg naar het dal: Gemzen, zoals deze hier in Mieming, trekken ’s winters uit het hooggebergte naar lager gelegen gebieden.

’s Winters maken het krappe voedsel en de ijzige temperaturen het overleven in de hoogalpiene gebieden moeilijk – zelfs voor klauterkunstenaars zoals de gemzen. Daarom komen we ze ’s winters nog wel eens onder de boomgrems tegen. Vooral in de vroege ochtend, ’s morgens en ’s avonds zoeken gemzen hier voedsel: knoppen en scheuten van struiken, loof- en naaldbomen, maar ook mos en korstmos. De gemzen behouden hun horens ook in de winter – in tegenstelling tot reeën en herten, die hun gewei in dit jaargetijde afwerpen. Er is echter toch nog een overeenkomst met de edelherten: De gemzen proberen ’s winters ook energie te sparen. Vandaar dus, dat we hun rust in het bijzonder tijdens het koude jaargetijde niet onnodig moeten verstoren.

Luilak: de alpenmarmot

Alpenmarmot in de sneeuw in het Stubaital (Foto: Fabio Hain)

Als de eerste sneeuw valt, bereiden de alpenmarmotten zich, zoals dit exemplaar in het Stubaital, op hun winterslaap voor.

Een keertje lekker uitslapen: Daarvan dromen de meeste mensen. Maar moet het dan meteen een half  jaar duren? Zo lang houdt de alpenmarmot winterslaap in zijn holletje dat hij van tevoren met gras heeft bekleed. Al naar gelang de temperatuur houdt hij het zelfs negen maanden vol. Voor een dusdanig comateuze slaap moet de alpenmarmot natuurlijk een behoorlijke vetreserve opbouwen. Daarom houdt hij zich zomers vooral met een ding bezig: zoveel mogelijk vreten. ’s Winters kruipt hij dan in zijn holletje en laat zijn energieverbruik tot een tiende dalen: twee keer adem halen en 20 hartslagen per minuut. Normaal gesproken slaat het hart van een alpenmarmot 200 keer per minuut.

Fotos van Fabio Hain // www.wildlife-tirol.at

In dit blogartikel geeft mijn collega Michael jullie op amusante wijze tips voor een respectvolle omgang met wilde dieren – vooral een must voor toerskiërs en freeriders!

Winter

Geen reacties